| Print | Print (incl. onderwerpen) |
15.1. KLEPPEN STELLEN |
|
Elke 15.000 Km dienen bij uw auto de kleppen gesteld te worden. Het is voor een goede werking van de motor noodzakelijk dat de kleppen feilloos werken. Aan beide zijden van het motorblok zit een cilinderkop waarin in totaal vier kleppen zitten; twee inlaatkleppenen twee uitlaatkleppen. Met name de uitlaatkleppen worden thermisch zeer zwaar belast. Hier zijn ze natuurlijk voor gemaakt maar vanwege deze opwarming, en dus uitzetting van de klep, moet er tussen klepsteel en tuimelaar een beetje ruimte blijven. Niet teveel want dan gaan de kleppen niet ver genoeg open. Maar zeker ook niet te weinig, want dan kunnen ze niet meer sluiten. De afstelling die is beschreven geld voor de 602cc motor, zoals deze bijvoorbeeld in de 2CV6 en Dyane geleverd zijn.
De kleppen moet u stellen bij een koude motor. (Minimaal vier uur niet gereden)
- Eerst moeten de kleppendeksels verwijderd worden. Draai hiervoor de dopmoer met sleutel 12 los. Soms is het nodig om met een kunststof hamer even tikje te geven op het deksel voordat deze loskomt. - Zet een bakje onder de kleppendeksels als u ze verwijdert om de uitlopende olie op te vangen. - Controleer de klep van de ene cilinder als dezelfde klep van de andere cilinder helemaal open staat. Dus als de linker uitlaatklep gesteld/gecontroleerd moet worden, moet de rechter uitlaatklep volledig ingedrukt staan. - De klepspeling kan gemeten worden door een voelermaatje van 0,20 mm tussen de klep en de tuimelaar te plaatsen. Als de voelermaat er nog net tussendoor kan is de speling in orde. - De klepspelingen zijn voor zowel inlaat- als uitlaatkleppen 0,20 mm. - Als de klepspeling afwijkend is zullen de kleppen moeten worden gesteld. Het kleppen stellen gaat als volgt: - Draai de contramoer van de stelschroef los met een ringsleuteltje 10, waarna de stelschroef met een schroevendraaier kan worden verdraaid tot de voelermaat van 0,20 mm net tussen de klep en de punt van de tuimelaararm past. (zie figuur 3C.1) - Houd met een schroevendraaier de stelschroef tegen en zet de contramoer weer vast. Controleer daarna opnieuw de klepspeling. - Maak de klepdeksel goed schoon bij de pakking en gebruik altijd een nieuwe pakking.
- Lijm de klepdekselpakking aan de deksels, doe dit met vloeibare pakking. (gebruik geen siliconen pakking). - Draai met een sleutel 12 de dopmoer van het kleppendeksel vast totdat het deksel niet meer met de hand is te bewegen. Draai daarna de moer nog een keer rond. De deksels zitten nu goed vast.(5-6 Nm)
|
GERELATEERDE ONDERDELEN
>>Kleppendekselpakking
|