| Print | Print (incl. onderwerpen) |
14.8. HANDREM AFSTELLEN |
|
De handrem zit op de voorwielen en dus niet zoals gebruikelijk op de achterwielen. Houdt hier ten alle tijden rekening mee. De handrem tijdens het rijden gebruiken is dus uit den boze.
- Plaats de handrem volledig terug en krik de auto aan de voorkant op en zet hem op bokken. - Draai de borg- en stelmoeren op beide handremkabels los en draai bij beide remklauwen de bouten van de excentriek een slag los. - Draai de excentriek rechts van de schijf linksom en die links van de schijf rechtsom (bekijk dit vanaf de voorkant van de auto) totdat de handremblokjes tegen de schijf aanlopen. Het wiel mag daarbij niet zwaar draaien. (zie figuur 3B.5) - Draai de bouten van de excentrieken vast met 40 Nm en hou de excentrieken daarbij tegen. Controleer de afstelling. - Trek de handrem aan de binnenzijde van de auto drie klikken aan. - Stel bij elke remklauw de kabel af. Controleer of de uiteinden van de buitenkabel evenals de kabel zelf goed op hun plaats zitten. - Draai de stelmoeren op de beide kabels gelijkmatig aan zodat de vrije lengte van het kabeldraadeinden gelijk zijn. - Tussen de handremhefboom en de aanslagnok van de remklauw moet ongeveer een speling van 0,5 mm zitten. Zet de borgmoeren vast door ze tegen elkaar in te draaien. - Plaats de handrem weer geheel terug en controleer of beide wielen vrij ronddraaien. Trek de handrem volledig aan en controleer of de wielen blokkeren. - Trek de handrem enige malen helemaal aan. De afstelling mag nu niet veranderen.
|
GERELATEERDE ONDERDELEN
>>Handremkabel links
>>Handremkabel rechts
>>Handremblokken set 2cv
>>Remschijf
>>Moer M7 (10 stuks)
|